Vertaalde bestanden

cleaner <[email protected]> Sat, 09 Apr 2005 18:55:04 +0000
Newsgroups gmane.linux.gentoo.documentation.dutch
Message-ID <[email protected]>
This is a multi-part message in MIME format.
--------------090009080202030608060908
Content-Type: text/plain; charset=ISO-8859-1
Content-Transfer-Encoding: 7bit

Hierbij de eerste bestanden die ik vertaald hebt, gaarne hoor ik alle op
en aanmerkingen. Moet er nog even inkomen.. :-)



-- 
moniti meliora sequamur
(Vergilius)

--------------090009080202030608060908
Content-Type: text/xml;
 name="hb-portage-branches.xml"
Content-Transfer-Encoding: 7bit
Content-Disposition: inline;
 filename="hb-portage-branches.xml"

<?xml version='1.0' encoding='UTF-8'?>
<!DOCTYPE sections SYSTEM "/dtd/book.dtd">

<!-- The content of this document is licensed under the CC-BY-SA license -->
<!-- See http://creativecommons.org/licenses/by-sa/2.0 -->

<!-- $Header: /var/www/www.gentoo.org/raw_cvs/gentoo/xml/htdocs/doc/en/handbook/hb-portage-branches.xml,v 1.5 2005/03/31 20:51:55 vapier Exp $ -->

<sections>

<version>1.2</version>
<date>2005-03-31</date>

<section>
<title>Het gebruik van een Branch</title>
<subsection>
<title>De stabiele Branch</title>
<body>

<p>
De ACCEPT_KEYWORDS variabele definieert welke applicatie branch je op je
systeem gebruikt. De standaard is de applicatie branch voor de gebruikte 
architectuur, bijvoorbeeld <c>x86</c>.
</p>

<p>
We raden je aan alleen de stabiele branch te gebruiken. Indien je echter
niet zoveel geeft om stabiliteit en je wilt Gentoo helpen door het
zenden van BUG rapporten naar <uri>http://bugs.gentoo.org</uri>, lees dan
verder.
</p>

</body>
</subsection>
<subsection>
<title>De Test Branch</title>
<body>

<p>
Als je meer recente applicaties wilt gebruiken, kun je overwegen de Test
branch te gebruiken. Om Portage de test branch te laten gebruiken, plaats een
~ voor je architectuur.
</p>

<p>
Om bijvoorbeeld de test branch voor de x86 architectuur te kiezen, wijzig
<path>/etc/make.conf</path> en zet:
</p>

<pre caption="Het zetten van de ACCEPT_KEYWORDS variabele">
ACCEPT_KEYWORDS="~x86"
</pre>

<p>
Als je nu je systeem vernieuwd, zullen je zien dat <e>veel</e> pakketten
worden vernieuwd. Vergeet echter niet: Als je je systeem vernieuwd hebt, zodat
de test branch gebruikt wordt, is er meestal geen gemakkelijke weg terug naar de
stabiele, oficiele branch (behalve als je van te voren een backup gemaakt heb 
natuurlijk).
</p>

</body>
</subsection>
</section>
<section>
<title>Combineren van Stabiel met Test</title>
<subsection>
<title>Het package.keywords bestand</title>
<body>

<p>
Portage kan gevraagd worden om de test branch voor specifieke pakketten te gebruiken
en de stabiele branch voor de rest van het systeem te gerbuiken. Om dit voor elkaar
te krijgen, dient de pakket categorie en de naam die je wilt gebruiken in de test
branch toegevoegd te worden aan <path>/etc/portage/package.keywords</path>.
Om bijvoorbeeld de test branch toe te passen voor <c>gnumeric</c>:
</p>

<pre caption="/etc/portage/package.keywords instellingen voor gnumeric, volledige regel">
app-office/gnumeric ~x86
</pre>

</body>
</subsection>
<subsection>
<title>Test specifieke versies</title>
<body>

<p>
Als je een specieke applicatie versie wil gebruiken van de test branch, maar je
wiL niet dat Portage de test branch voor andere versies gebruikt, kun je
de versie toevoegen aan het  <path>package.keywords</path> bestand.
in dit geval <e>moet</e> je de = operator gebruiken.
Je kunt ook een versie reeks opgeven door gebruik te maken van de
&lt;=, &lt;, &gt; or &gt;= operators.
</p>

<p>
In elk geval, als je versie informatie toevoegd, <e>moet</e> je een operator gebruiken.
Als je de versie informatie weglaat, kun je <e>geen</e> operator gebruiken.
</p>

<p>
In het volgende voorbeeld vragen we Portage om gnumeric-1.2.13 te accepteren:
</p>

<pre caption="Gebruik van een specifieke gnumeric versie">
=app-office/gnumeric-1.2.13 
</pre>

</body>
</subsection>
</section>
<section>
<title>Gebruik van gemaskeerd paketten</title>
<subsection>
<title>Het package.unmask bestand</title>
<body>

<p>
Als een pakket gemaskeerd is door de Gentoo ontwikkelaars en je het ondanks
de reden die genoemd wordt in het <path>package.mask</path> bestand (standaard
te vinden in <path>/usr/portage/profiles</path>), toch wilt gebruiken,
plaats dan  <e>exact</e> dezelfde regel in <path>/etc/portage/package.unmask</path>.
</p>

<p>
Bijvoorbeeld, als <c>=net-mail/hotwayd-0.8</c> gemaskeerd is, kun je dit mask eraf
halen door exact dezelfde regel te plaatsen in het  <path>package.unmask</path>
bestand:
</p>

<pre caption="/etc/portage/package.unmask">
=net-mail/hotwayd-0.8
</pre>

</body>
</subsection>
<subsection>
<title>Het package.mask bestand</title>
<body>

<p>
Als je niet wilt dat portage een bepaald pakket of een specifieke versie van een 
pakket gebruikt, kun je deze zelf maskeren door de betreffende regel op te nemen 
in het <path>/etc/portage/package.mask</path> bestand.
</p>

<p>
Bijvoorbeeld, als je niet witl dat portage een nieuwere versie van de kernel bron
installeeert dan <c>development-sources-2.6.8.1</c>, kun je de volgende lijn toevoegen
aan het <path>package.mask</path> bestand:
</p>

<pre caption="/etc/portage/package.mask example">
&gt;sys-kernel/development-sources-2.6.8.1
</pre>

</body>
</subsection>
</section>
</sections>

--------------090009080202030608060908
Content-Type: text/xml;
 name="hb-portage-configuration.xml"
Content-Transfer-Encoding: 7bit
Content-Disposition: inline;
 filename="hb-portage-configuration.xml"

<?xml version='1.0' encoding='UTF-8'?>
<!DOCTYPE sections SYSTEM "/dtd/book.dtd">

<!-- The content of this document is licensed under the CC-BY-SA license -->
<!-- See http://creativecommons.org/licenses/by-sa/2.0 -->

<!-- $Header: /var/www/www.gentoo.org/raw_cvs/gentoo/xml/htdocs/doc/en/handbook/hb-portage-configuration.xml,v 1.7 2005/01/22 01:24:31 cam Exp $ -->

<sections>

<version>1.4</version>
<date>2005-01-22</date>

<section>
<title>Portage Configuratie</title>
<subsection>
<body>

<p>
Zoals eerder beschreven is Portage configureerbaar door verschillende variabelen welke
je kunt wijzigen in <path>/etc/make.conf</path>. Lees de <path>make.conf</path>
man pagina voor meer informatie:
</p>

<pre caption="Lezen van de make.conf man pagina">
$ <i>man make.conf</i>
</pre>

</body>
</subsection>
</section>
<section>
<title>Installatie specifieke instellingen</title>
<subsection>
<title>Configuratie en Compiler Opties</title>
<body>

<p>
Als Portage applicaties installeert, geeft het de waarde van de volgende variabelen
door aan de compiler en het configuratie script:
</p>

<ul>
  <li>
    CFLAGS &amp; CXXFLAGS definieert de gewenste compiler opties voor C en C++
    compilatie.
  </li>
  <li>
    CHOST definieert de systeeminstallatie informatie voor het configuratie script van 
    de betreffende applicatie.
  </li>
  <li>
    MAKEOPTS wordt doorgegeven aan het <c>make</c> commando en wordt meestal gebruikt om
    de hoeveelheid paralleliteit te definieeren gedurende compilatie. Meer informatie
    over de 'make' opties kan gevonden worden in de man pagina van make.
    </li>
</ul>

<p>
De USE variabele wordt gebruikt tijdens de configuratie en compilatie, maar is reeds
in eerdere hoofdstukken uitgebreid besproken.
</p>

</body>
</subsection>
<subsection>
<title>Merge Opties</title>
<body>

<p>
Als Portage een nieuwere versie van een bepaalde stuk software geinstalleerd heeft
zal het de oudere bestanden of de oudere versie van je systeem verwijderen. 
Portage geeft de gebruiker 5 seconden vertraging voordat het verwijderen van de oude
versie begint. Deze 5 seconden zijn gedefinieerd door de CLEAN_DELAY variabele.
</p>

</body>
</subsection>
</section>
<section>
<title>Configuratie van bestand bescherming</title>
<subsection>
<title>Beschermde lokaties van Portage</title>
<body>

<p>
Portage overschrijft bestanden door nieuwere versies als de
bestanden niet opgeslagen zijn in een <e>beschermde</e> lokatie. Deze
beschermde lokaties zijn gedefineerd door de CONFIG_PROTECT variabele en
zijn voornamelijk lokaties waar configuratie bestanden staan. De
directories in de lijst worden door een spatie gescheiden.
</p>

<p>
Een bestand dat in een beschermde lokatie wordt geschreven wordt
van naam veranderd en de gebruiker wordt gewaarschuwed over de 
aanwezigheid van een nieuwere versie van het (waarschijnlijke)
configuratie bestand.
</p>

<p>
Je kunt meer te weten komen over de huidige CONFIG_PROTECT instellingen via
de <c>emerge --info</c> informatie:
</p>

<pre caption="Verkrijgen van de CONFIG_PROTECT instellingen">
$ <i>emerge --info | grep 'CONFIG_PROTECT='</i>
</pre>

<p>
Meer informatie over de bestand bescherming configuratie van Portage is
beschikbaar via <c>emerge</c>:
</p>

<pre caption="Meer informatie over de bestand bescherming configuratie">
$ <i>emerge --help config</i>
</pre>

</body>
</subsection>
<subsection>
<title>Directories uitsluiten</title>
<body>

<p>
Om de bescherming van bepaalde subdirectories van beschermde lokaties op te
heffen kun je de CONFIG_PROTECT_MASK variabele gebruiken.
</p>

</body>
</subsection>
</section>
<section>
<title>Download Opties</title>
<subsection>
<title>Server Lokaties</title>
<body>

<p>
Als de gevraagde informatie of data niet beschikbaar is op je systeem, zal Portage
deze informatie van het internet halen. De server lokaties voor de verschillende
informatie en data kanalen zijn gedefinieerd door de volgende variabelen:
</p>

<ul>
  <li>
    GENTOO_MIRRORS definieerd een lijst van server lokaties die broncode bevatten (distfiles)
  </li>
  <li>
    PORTAGE_BINHOST definieerd een specifieke server lokatie die reeds gebouwde bestanden voor
    je systeem bevat.
  </li>
</ul>

<p>
Een derde instelling betreft de lokatie van de rsync server welke je gebruikt als je
je Portage boom vernieuwd.
</p>

<ul>
  <li>
    SYNC definieert een specifieke server die Portage gebruikt om de Portage boom vandaan
    te halen.
  </li>
</ul>

<p>
De GENTOO_MIRRORS en SYNC variabelen kunnen automatisch gezet worden via de 
<c>mirrorselect</c> applicatie. Je hebt eerst <c>emerge mirrorselect</c> nodig
voordat je het kan gebruiken. Kijk voor meer informatie, in de online hulp van mirrorselect:
</p>

<pre caption="Meer informatie over mirrorselect">
# <i>mirrorselect --help</i>
</pre>

<p>
Als het voor jou omgeving nodig is om een proxy server te gebruiken, kun je
de HTTP_PROXY, FTP_PROXY en RSYNC_PROXY variabelen gebruiken om je proxy server
bekend te maken. 
</p>

</body>
</subsection>
<subsection>
<title>Commando's voor het ophalen</title>
<body>

<p>
Als het nodig is dat Portage bron code ophaalt, gebruik het standaard <c>wget</c>.
Dit kan verandert worden via de FETCHCOMMAND variabele. 
</p>

<p>
Portage kan verder gaan met eerder gedeeltelijk opgehaalde bron code. Het gebruikt
standaard <c>wget</c>, maar dit kan aangepast worden door middel van de RESUMECOMMAND variabele. 
</p>

<p>
Zorg ervoor dat FETCHCOMMAND en RESUMECOMMAND de bron code in de juiste lokatie opslaan.
Binnen de variabelen kunnen \${URI} en \${DISTDIR} gebruikt worden om de locatie van de bron
code en de lokatie van de distfiles aan te geven.
</p>

<p>
Pprotocol-specifieke eigenschappen kunnen door middel van FETCHCOMMAND_HTTP, FETCHCOMMAND_FTP,
RESUMECOMMAND_HTTP, RESUMECOMMAND_FTP, enzovoort gedefinieerd worden.
</p>

</body>
</subsection>
<subsection>
<title>Rsync Instellingen</title>
<body>

<p>
Het rsync commando dat gebruikt wordt door Portage om de Portage boom te vernieuwen
kan niet aangepast worden, maar sommige variabelen die gerelateerd zijn aan het
rsync commando kunnen aangepast worden:
</p>

<ul>
  <li>
    RSYNC_EXCLUDEFROM wijst naar een bestand met de softwarepakketten en/of categorieen
    die rsync dient te negeren tijdens het update proces.
  </li>
  <li>
    RSYNC_RETRIES definieert hoe vaak rsync zal proberen contact te maken met de server
    waarnaar verwezen wordt door de SYNC variabele, voordat het opgegeven wordt.
    De standaard waarde van deze variabele is 3.
  </li>
  <li>
    RSYNC_TIMEOUT definieert het aantal seconden dat een rsync connectie inactief kan
    zijn voordat rsync de connectie als verbroken ziet. De standaard waarde van deze variabele
    is 180, maar mensen die een inbelverbinding gebruiken  zullen het waarschijnlijk willen
    zetten op 300 of hoger.
  </li>
</ul>

</body>
</subsection>
</section>
<section>
<title>Gentoo Configuratie</title>
<subsection>
<title>Branch Selectie</title>
<body>

<p>
De  standaard branch kan aangepast worden met de ACCEPT_KEYWORDS variabele. De
standaard is de stabiele branche van de architectuur die gebruikt wordt. Meer
informatie over de branches van Gentoo kunnen in het volgende hoofdstuk gevonden
worden.
</p>

</body>
</subsection>
<subsection>
<title>Portage Mogelijkheden</title>
<body>

<p>
Bepaalde mogelijkheden van Portage kunnen geactiveerd worden door de FEATURES variabele. De
Portage mogelijkheden zijn besproken in eerdere hoofdstukken zoals <uri 
link="?part=2&amp;chap=3">Portage Mogelijkheden</uri>.
</p>

</body>
</subsection>
</section>
<section>
<title>Portage Gedrag</title>
<subsection>
<title>Hulpbron beheer</title>
<body>

<p>
Met de PORTAGE_NICENESS variabele kan de vriendelijkheidswaarde waar Portage mee
draait verhoogt of verlaagt worden. De PORTAGE_NICENESS waarde  wordt <e>toegevoegd</e> aan de
huidige vriendelijkheidswaarde.
</p>

<p>
Voor meer informatie over vriendelijkheidswaarden, zie de nice man pagina:
</p>

<pre caption="Meer informatie over nice">
$ <i>man nice</i>
</pre>

</body>
</subsection>
<subsection>
<title>Schrijf Gedrag</title>
<body>

<p>
De NOCOLOR, welke standaard de waarde "false" heeft, bepaald of Portage het gebruik van gekleurd
schrijft of niet.</p>

</body>
</subsection>
</section>
</sections>

--------------090009080202030608060908
Content-Type: text/xml;
 name="hb-portage-diverttree.xml"
Content-Transfer-Encoding: 7bit
Content-Disposition: inline;
 filename="hb-portage-diverttree.xml"

<?xml version='1.0' encoding='UTF-8'?>
<!DOCTYPE sections SYSTEM "/dtd/book.dtd">

<!-- The content of this document is licensed under the CC-BY-SA license -->
<!-- See http://creativecommons.org/licenses/by-sa/2.0 -->

<!-- $Header: /var/www/www.gentoo.org/raw_cvs/gentoo/xml/htdocs/doc/en/handbook/hb-portage-diverttree.xml,v 1.4 2004/11/20 22:23:30 neysx Exp $ -->

<sections>

<version>1.1</version>
<date>2004-10-21</date>

<section>
<title>Het gebruik van deel van de Portage boom</title>
<subsection>
<title>Uitsluiten van Pakketten/Categorieeen</title>
<body>

<p>
Je kunt bepaalde categoriees/pakketen selectief vernieuwen en de andere
categorieen/pakketten negeren. We doen dit door <c>rsync</c> bepaalde
categorieen/pakketen te laten negeren gedurende de <c>emerge --sync</c> fase.
</p>

<p>
<c>rsync</c> zal standaard de inhoud van <path>/etc/portage/rsync_excludes</path>
controlleren (als het bestaat) waarin de categorieen of pakketen staan waarvan je
<e>niet</e> wilt dat <c>rsync</c> ze vernieuwd.
</p>

<p>
Vergeet echter niet dat dit tot afhankelijkheids problemen kan leiden omdat
nieuwe, toegestande pakketten wellicht afhankelijk zijn van nieuwe, maar te 
negeren pakketten.
</p>

</body>
</subsection>
</section>
<section>
<title>Toevoegen van niet officiele Ebuilds</title>
<subsection>
<title>Definieeren van een Portage Overslag Directorie</title>
<body>

<p>
Je kunt Portage vragen om eBuilds te gebruiken die niet officieel beschikbaar zijn 
via de Portage boom. Maak een nieuwe directorie aan (bijvoorbeeld <path>/usr/local/portage</path>
waar je de derde-partij ebuilds in plaatst. Gebruik dezelfde directorie structuur als de
officiele Portage boom!
</p>

<p>
Definieer vervolgens PORTDIR_OVERLAY in <path>/etc/make.conf</path> en laat het wijzen naar
de eerder aangemaakte directorie. Als je nu Portage gebruikt, zal het deze eBuilds ook
gebruiken zonder deze eBuilds de volgende keer dat je <c>emerge --sync</e> gebruikt
te verwijderen of te overschrijven. 
</p>

</body>
</subsection>
</section>
<section>
<title>Niet door Portage onderhouden applicaties</title>
<subsection>
<title>Het gebruik van Portage met zelf onderhouden applicaties</title>
<body>

<p>
Soms wil je applicaties zelf configureren, installeren en onderhouden zonder
dat Portage dit proces voor je automatiseert, ook al kan Portage de 
applicaties leveren. Bekende gevallen zijn kernel bronnen en nvidia drivers.
Je kunt Portage zo configureren dat het weet dat een bepaalde applicatie handmatig
Geinstalleerd is op je systeem. Dit proces wordt  <e>injecting</e> genoemd en wordt
door Portage ondersteunt via het <path>/etc/portage/profile/package.provided</path> bestand.
</p>

<p>
Als he bijvoorbeeld Portage wilt informeren over <c>development-sources-2.6.8.1</c>
die je zelf handmatig geinstalleerd hebt, neem dan de volgende regel op in 
<path>/etc/portage/profile/package.provided</path>:
</p>

<pre caption="Voorbeeld regel voor package.provided">
sys-kernel/development-sources-2.6.8.1
</pre>

</body>
</subsection>
</section>
</sections>

--------------090009080202030608060908
Content-Type: text/xml;
 name="hb-portage-ebuild.xml"
Content-Transfer-Encoding: 7bit
Content-Disposition: inline;
 filename="hb-portage-ebuild.xml"

<?xml version='1.0' encoding='UTF-8'?>
<!DOCTYPE sections SYSTEM "/dtd/book.dtd">

<!-- The content of this document is licensed under the CC-BY-SA license -->
<!-- See http://creativecommons.org/licenses/by-sa/2.0 -->

<!-- $Header: /var/www/www.gentoo.org/raw_cvs/gentoo/xml/htdocs/doc/en/handbook/hb-portage-ebuild.xml,v 1.6 2004/11/20 22:23:30 neysx Exp $ -->

<sections>

<version>1.3</version>
<date>2004-10-24</date>

<section>
<title>Emerge en Ebuild</title>
<body>

<p>
De  <c>ebuild</c> applicatie is een lager niveau verbinding met het
Portage systeem. Door deze applicatie te gebruiken kun je specifieke
acties uitvoeren tegenover een bepaalde ebuild.
Je kunt bijvoorbeeld de individuele installatie stappen zelf uitvoeren
</p>

<p>
Het gebruik van <c>ebuild</c> is meer voor ontwikkel doeleinden; meer informatie
over <c>ebuild</c> kan dan ook gevonden worden in 
<uri link="/proj/en/devrel/handbook/handbook.xml">Ontwikkelaars Handboek</uri>.
We zullen echter wel uitleggen welke ebuild stappen gebruikt worden door Portage
gedurende het installatie proces van een bepaalde applicatie en hoe de
afconfiguratie stappen te gebruiken die sommige ebuild je toelaten uit te voeren.
</p>

</body>
</section>
<section>
<title>Handmatig applicaties installeren</title>
<subsection>
<title>De bron downloaden &amp; controlleren</title>
<body>

<p>
Wanneer je <c>ebuild</c> gebruikt tegen ene bepaald ebuild bestand, het zal controlleren
of de controle som gelijk is aan de controle som die gevonden kunnen wordne in het
bijbehorende <path>Manifest</path> of 
<path>files/digest-&lt;name&gt;-&lt;version&gt;</path> bestand. Dit gebeurd nadat de
bron bestanden zijn gedownload. 
</p>

<p>
Om bron bestanden te downloaden met het gebruik van <c>ebuild</c>, start:
</p>

<pre caption="Downloaden van de bronnen">
# <i>ebuild pad/naar/ebuild fetch</i>
</pre>

<p>
Als de md5som van de ebuild niet gelijk is aan degende die genoemd wordt in het
<path>Manifest</path> bestand, of een van de gedownloade bronnen is anders dan
wat genoemd wordt in het <path>files/digest-&lt;package&gt;</path> bestand,
krijg je een foutmelding die vergelijkbaar is met deze: 
</p>

<pre caption="Ebuild checksum failure">
!!! File is corrupt or incomplete. (Digests do not match)
>>> our recorded digest: db20421ce35e8e54346e3ef19e60e4ee
>>>  your file's digest: f10392b7c0b2bbc463ad09642606a7d6
</pre>

<p>
De volgende lijn zal het foute bestand benoemen.
</p>

<p>
Als je zeker weet dat de bronnen die je gedownload hebt en de ebuild zelf juist zijn,
kun je het <path>Manifest</path> en het <path>digest-&lt;package&gt;</path> bestand
opnieuw aanmaken door gebruik te maken van <c>ebuild</c>'s digest
functionaliteit:
</p>

<pre caption="Opnieuw maken van Manifest and digest">
# <i>ebuild pad/naar/ebuild digest</i>
</pre>

</body>
</subsection>
<subsection>
<title>Het uitpakken van de bronbestanden</title>
<body>

<p>
Om de bron bestanden uit te pakken in <path>/var/tmp/portage</path> (of elke andere
directorie lokatie die je genoemd hebt in  <path>/etc/make.conf</path>), start <c>ebuild</c>'s
uitpak functionaliteit:
</p>

<pre caption="Het uitpakken van de bronbestanden">
# <i>ebuild pad/naar/ebuild unpack</i>
</pre>

<p>
Dit zal ebuild's src_unpack() functie starten (welke standaard zal uitpakken als
geen src_unpack() functie gedefinieerd is). Tevens worden in deze stap alle
benodigde patches toegepast.
</p>

</body>
</subsection>
<subsection>
<title>het compileren van de bronbestanden</title>
<body>

<p>
De volgende stap in het installatie proces is het compileren van de bron bestanden.
<c>ebuild</c>'s compileer e functionaliteit zorgt voor deze stap door het starten
van de src_compile() functie in de ebuild. Dit geldt tevens voor de configuratie stappen
indien van toepassing.
</p>

<pre caption="Het Compileren van de bron bestanden">
# <i>ebuild pad/naar/ebuild compile</i>
</pre>

<p>
Je wordt geadviseert om ebuild's src_compile() functie  te wijzigen als he de
compileer instructies wilt wijzigen. Je kunt Portage ook voor de gek houden
zodat het denk dat de  <c>ebuild</c> applicatie de compilatie stappen afgerond heeft.
Start alle benodigde commando's zelf en creeer een leeg bestand met de naam
<path>.compiled</path> in the werk directorie:
</p>

<pre caption="Portage informeren over de afgeronde compilatie taken">
# <i>touch .compiled</i>
</pre>

</body>
</subsection>
<subsection>
<title>De bestanden installeren in een tijdelijke lokatie</title>
<body>

<p>
Gedurende de volgende stap zal Portage alle benodigde bestanden in een 
tijdelijke lokatie installeren. Deze directorie zal dan alle bestanden
bevatten die geinstalleerd zullen wordne in het produktie bestandsysteem.
Je kan dit bewerkstelligen door de <c>ebuild</c>'s install
functionaliteit, welke de ebuild's src_install() functie start:
</p>

<pre caption="Het installeren van de bestanden">
<i>ebuild pad/naar/ebuild install</i>
</pre>

</body>
</subsection>
<subsection>
<title>Het installeren van de bestanden op het produktie bestandsysteem</title>
<body>

<p>
De laatste stap is het installeren van alle bestanden op het prodkutie bestandsysteem
en deze registreren in het Portage backend. <c>ebuild</c> noemt deze fase "qmerge"
en het bevat de volgende stappen:
</p>

<ul>
  <li>Start de pkg_preinst() functie indien gespecificeerd</li>
  <li>Kopieer alle bestanden naar het produktie bestandsysteem</li>
  <li>Registreer the bestanden in het Portage backend</li>
  <li>Start de pkg_postinst() functie indien gespecificeerd</li>
</ul>

<p>
Start <c>ebuild</c>'s qmerge functionaliteit om deze stappen uit te voeren:
</p>

<pre caption="Het installeren van de bestanden op het produktie bestandsysteem">
# <i>ebuild pad/naar/ebuild qmerge</i>
</pre>

</body>
</subsection>
<subsection>
<title>het opschonen van de tijdelijke directorie</title>
<body>

<p>
Als laatste stap kun je de tijdelijke directorie opschonen door gebruik te maken
van <c>ebuild</c>'s clean functionaliteit:
</p>

<pre caption="Het opschonen van de tijdelijke directorie">
# <i>ebuild pad/naar/ebuild clean</i>
</pre>

</body>
</subsection>
</section>
<section>
<title>Additionele Ebuild eigenschappen</title>
<subsection>
<title>Het draaien van alle installatie gerelateerde commnando's</title>
<body>

<p>
Gebruik <c>ebuild</c>'s installatie functionaliteit om het downloaden, uitpakken, compileren
installeren  and qmerge commando's in een keer uit te voeren:
</p>

<pre caption="Het installeren van applicaties">
# <i>ebuild pad/naar/ebuild merge</i>
</pre>

</body>
</subsection>
<subsection>
<title>Het uitvoeren van configuratie stappen</title>
<body>

<p>
Sommige applicaties bevatten instructies om een pakket verder af te configuren op
je systeem. Deze instructies kunnen interactief zijn en worden daarom niet
automatisch uitgevoerd. Om deze configuratie stappen uit te voeren, die genoemd
worden in de (optionele) config() functie van ebuild, gebruik <c>ebuild</c>'s config
functionaliteit:
</p>

<pre caption="Een pakket afconfigureren">
# <i>ebuild pad/naar/ebuild config</i>
</pre>

</body>
</subsection>
<subsection>
<title>Een (RPM) Pakket bouwen</title>
<body>

<p>
Je kunt Portage instrueren om een binair pakket van een ebuild of zelfs een RPM
bestand te maken.
gebruik <c>ebuild</c>'s package of rpm functionaliteit om deze pakketten te maken.
Er zijn echter een aantal verschillen tussen deze functionaliteiten:
</p>

<ul>
  <li>
    De package functionaliteit lijkt erg op de merge functionaliteit, in het starten
    van alle benodigde stappen (fetch, unpack, compile, install) voordat het pakket
    aangemaakt wordt
  </li>
  <li>
    De rpm functionaliteit bouwt een RPM pakket van een bestand dat aangemaakt is
    <e>nadat</e> <c>ebuild</c>'s install functionaliteit gedraaid heeft.
  </li>
</ul>

<pre caption="Het aanmaken van pakketten">
<comment>(Voor een Portage-compatible binair pakket)</comment>
# <i>ebuild pad/naar/ebuild pakket</i>

<comment>(Voor een RPM pakket)</comment>
# <i>ebuild pad/naar/ebuild rpm</i>
</pre>

<p>
Het aangemaakte RPM bestand bevat echter niet de afhankelijkheids informatie van ebuild.
</p>

</body>
</subsection>
</section>
<section>
<title>Meer Informatie</title>
<subsection>
<body>

<p>
Raadpleeg voor meer informatie over Portage, de ebuild applicatie en ebuild bestanden
the volgende man pagina's:
</p>

<pre caption="Man pages">
$ <i>man portage</i>    <comment>(Portage )</comment>
$ <i>man emerge</i>     <comment>(Het emerge commando)</comment>
$ <i>man ebuild</i>     <comment>(Het ebuild commando)</comment>
$ <i>man 5 ebuild</i>   <comment>(Het ebuild bestand syntax)</comment>
</pre>

<p>
Je kan tevens meer informatie over het ontwikkelen vinden in het 
<uri link="/proj/en/devrel/handbook/handbook.xml">ontwikkelaars Handboek</uri>.
</p>

</body>
</subsection>
</section>
</sections>

--------------090009080202030608060908
Content-Type: text/xml;
 name="hb-portage-files.xml"
Content-Transfer-Encoding: 7bit
Content-Disposition: inline;
 filename="hb-portage-files.xml"

<?xml version='1.0' encoding='UTF-8'?>
<!DOCTYPE sections SYSTEM "/dtd/book.dtd">

<!-- The content of this document is licensed under the CC-BY-SA license -->
<!-- See http://creativecommons.org/licenses/by-sa/2.0 -->

<!-- $Header: /var/www/www.gentoo.org/raw_cvs/gentoo/xml/htdocs/doc/en/handbook/hb-portage-files.xml,v 1.8 2004/12/26 14:56:32 swift Exp $ -->

<sections>

<version>1.5</version>
<date>2004-12-26</date>

<section>
<title>Portage bestanden</title>
<subsection>
<title>Configuratie Instellingen</title>
<body>

<p>
Portage komt met een standaard configuratie die opgeslagen is in 
<path>/etc/make.globals</path>. Als je er naar kijkt, zul je zien
dat  alle Portage configuratie afgehandeld wordt door middel van 
variabelen. Welke variabelen Portage gebruikt en wat deze betekenen
zal later beschreven worden.
</p>

<p>
Doordat veel configuratie instellingen tussen architecturen verschillend zal, 
heeft Portage tevens standaard configuratie bestanden die deel uitmaken van je
profiel. Naar je profiel wordt verwezen door de <path>/etc/make.profile</path>
symlink; Portage configuraties worden gezet in de  <path>make.defaults</path>
bestanden van je profiel en alle bovenliggende profielen. We zullen later meer
uitleggen over profielen en de <path>/etc/make.profile</path> directorie.
</p>

<p>
Als je van plan bent een wijziging aan te brengen in een configuratie variabele,
pas dan <e>niet</e> <path>/etc/make.globals</path> of <path>make.defaults</path>
aan.
Gebruik in plaats daarvan <path>/etc/make.conf</path> die voorrang heeft over
de eerder genoemde bestanden. Je kunt tevens een <path>/etc/make.conf.example</path>
voorbeeld bestand raadplegen. Zoals de naam aangeeft is dit een voorbeeld bestand,
Portage leest de gegevens in dit bestand niet.
</p>

<p>
Je kunt ook een Portage configuratie variabele als een omgevings variabele 
definieeren, maar we raden dit niet aan.
</p>

</body>
</subsection>
<subsection>
<title>Profiel-Specifieke Informatie</title>
<body>

<p>
We zijn de <path>/etc/make.profile</path> directorie reeds tegen gekomeny.
Het is niet exact een directorie maar een symbolische link naar een profiel,
standaard degene die in <path>/usr/portage/profiles</path> staat, hoewel je
ook je eigen profielen kan aanmaken en naar deze profielen verwijzen.
Het profiel waar deze symbolische link naar verwijst is het profiel die je
systeem gebruikt.
</p>

<p>
Een profiel bevat architectuur-specifieke informatie voor Portage, zoals een
lijst van pakketten die bij het systeem behoren overeenkomstig met het profiel, 
een lijst van pakketten dat niet werken (of gemaskeerd zijn) voor dat profiel, enz
</p>

</body>
</subsection>
<subsection>
<title>Gebruiker-Specifieke Configuratie</title>
<body>

<p>
Als het nodig is het gedrag van Portage te veranderen betreffende de installatie
van applicaties, zul je de bestanden binnen <path>/etc/portage</path> moeten
aanpassen. We raden je <e>dringend</e> aan de bestanden binnen <path>/etc/portage</path>
te gebruiken en <e>ontraden je dringend</e> om het gedrag aan te passen door middel
van omgevings variabelen!
</p>

<p>
Binnen <path>/etc/portage</path> kun je de volgende bestanden aanmaken:
</p>

<ul>
  <li>
    <path>package.mask</path> waarin de pakketten staan waarvan je wilt dat Portage ze
    nooit zal installeren.
  </li>
  <li>
    <path>package.unmask</path> waarin de pakketten staan die je wilt installeren, zelfs
    als dit door de Gentoo ontwikkelaars ernstig afgeraden wordt.
   </li>
  <li>
    <path>package.keywords</path> waar de pakketten staan die je wilt installeren, zelfs
    als deze pakketten (nog) niet geschikt zijn bevonden voor je architectuur.
  </li>
  <li>
    <path>package.use</path> welke de USE argumenten staan die je wilt gebruiken
    voor bepaalde pakketten zonder dat het hele systeem deze argumenten zal gebruiken.
  </li>
</ul>

<p>
Meer informatie over de <path>/etc/portage</path> directorie en een volledige lijst
van mogelijke bestanden die je kan aanmaken kan gevonden worden in de Portage man pagina:
</p>

<pre caption="Het lezen van de Portage man pagina">
$ <i>man portage</i>
</pre>

</body>
</subsection>
<subsection>
<title>Het veranderen van Portage Bestand &amp; Directorie Lokaties</title>
<body>

<p>
De eerder genoemde configuratie bestanden kunnen niet ergens anders geplaatst
worden - Portage zal altijd op deze lokaties naar deze configuratie bestanden
zoeken.
Portage gebruikt echter ook vele andere lokaties voor verschillende doeleinden:
bouw directorie, bronbestand opslag, Portage boom lokatie, ...
</p>

<p>
Als deze doeleinden hebben bekende standaard lokaties maar kunnen aangepast worden
naar eigen smaak door <path>/etc/make.conf</path>. De rest van dit hoofdstuk zal
de uitleggen welke lokaties Portage voor speciale doeleinden gebruikt en hoe de plaats 
van deze lokaties gewijzigd kunnen worden binnen je bestandensysteem.
</p>

<p>
Dit document is niet bedoeld als naslag. Als je 100% van de informatie wilt
lezen, neem dan de Portage en <path>make.conf</path> man pagina's door:
</p>

<pre caption="Het lezen van de Portage en make.conf man pagina's">
$ <i>man portage</i>
$ <i>man make.conf</i>
</pre>

</body>
</subsection>
</section>
<section>
<title>Bestanden opslaan</title>
<subsection>
<title>De Portage Boom</title>
<body>

<p>
De standaard lokatie van de Portage boom is <path>/usr/portage</path>.
Dit is gedefinieerd door middel van de PORTDIR variabele. Als je de 
Portage boom ergens anders opslaat (door de eerder genoemde variabele aan
te passen), vergeet dan niet ook de  <path>/etc/make.profile</path>
symbolische link aan te passen.
</p>

<p>
Als je de PORTDIR variabele aanpast, zul je de volgende variabelen waarschijnlijk
ook aan willen passen, anders zullen deze de wijziging van PORTDIR niet opmerken.
Dit komt door de manier waarom Portage de volgende variabelen behandelt:
PKGDIR, DISTDIR, RPMDIR.
</p>

</body>
</subsection>
<subsection>
<title>Voorgebouwde Binaire bestanden</title>
<body>

<p>
Hoewel Portage standaard geen voorgebouwde binaire bestanden gebruikt, geeft het
aanzienlijke ondersteuning voor deze bestanden. Als je Portage vraagt te werken
met voorgebouwde binaire bestanden, zal het deze zoeken in 
<path>/usr/portage/packages</path>. Deze lokatie is gedefinieerd door de PKGDIR
variabele.
</p>

</body>
</subsection>
<subsection>
<title>Source Code</title>
<body>

<p>
Applicatie bron code wordt standaar opgeslagen in <path>/usr/portage/distfiles</path>
Deze lokatie is gedefinieerd door de DISTDIR variabele.
</p>

</body>
</subsection>
<subsection>
<title>RPM Bestanden</title>
<body>

<p>
Hoewel Portage geen RPM bestanden kan gebruiken, is het in staat deze bestanden
te genereren door gebruik te maken van het <c>ebuild</c> commando
(<uri link="?part=3&amp;chap=6">De Ebuild applicatie</uri>). De standaard lokatie waar
Portage RPM bestanden opslaat is <path>/usr/portage/rpm</path>, dit is gedefinieerd
door de RPMDIR variabele.
</p>

</body>
</subsection>
</section>
<section>
<title>Applicaties Bouwen</title>
<subsection>
<title>Tijdelijke Portage Bestanden</title>
<body>

<p>
Tijdelijke bestanden van Portage worden standaard opgeslagen in <path>/var/tmp</path>.
Dit is gedefinieerd door de PORTAGE_TMPDIR variabele.
</p>

<p>
Als je de PORTAGE_TMPDIR variabele aanpast, zul je tevens de volgende variabelen willen
aanpassen, omdat deze anders de verandering van de PORTAGE_TMPDIR niet zullen opmerken.
Dit kotm door de manier waarom Portage omgaat met de BUILD_PREFIX variabele.
</p>

</body>
</subsection>
<subsection>
<title>Bouw Directoriesn</title>
<body>

<p>
Portage maakt per pakket dat het installeerd een specifieke bouw directorie binnen
<path>/var/tmp/portage</path>. Deze lokatie is gedefinieerd door de BUILD_PREFIX
variabele.
</p>

</body>
</subsection>
<subsection>
<title>Produktie bestandsysteem lokatie</title>
<body>

<p>
Portage installeert standaard alle bestanden in het huidige bestandsysteem
(<path>/</path>), maar je kan dit veranderen door de ROOT omgevings variabele
aan te passen. Dit is handig als je nieuwe installaties wilt bouwen.
</p>

</body>
</subsection>
</section>
<section>
<title>Logging mogelijkheden</title>
<subsection>
<title>Ebuild Logging</title>
<body>

<p>
Portage kan per ebuild log bestanden aanmaken, maar alleen wanneer de PORT_LOGDIR
variabele gezet is naar een lokatie die schrijfbaar is voor Portage (de portage gebruiker).
Standaard is deze variabele niet gezet.
</p>

</body>
</subsection>
</section>
</sections>

--------------090009080202030608060908
Content-Type: text/xml;
 name="hb-portage-tools.xml"
Content-Transfer-Encoding: 7bit
Content-Disposition: inline;
 filename="hb-portage-tools.xml"

<?xml version='1.0' encoding='UTF-8'?>
<!DOCTYPE sections SYSTEM "/dtd/book.dtd">

<!-- The content of this document is licensed under the CC-BY-SA license -->
<!-- See http://creativecommons.org/licenses/by-sa/2.0 -->

<!-- $Header: /var/www/www.gentoo.org/raw_cvs/gentoo/xml/htdocs/doc/en/handbook/hb-portage-tools.xml,v 1.6 2004/11/20 22:23:30 neysx Exp $ -->

<sections>

<version>1.3</version>
<date>2004-10-24</date>

<section>
<title>etc-update</title>
<body>

<p>
<c>etc-update</c> is a tool that aids in merging the
<path>._cfg0000_&lt;name&gt;</path> files. It provides an interactive merging
setup and can also auto-merge trivial changes.
<path>._cfg0000_&lt;name&gt;</path> files are generated by Portage when it wants
to store a file in a directory protected by the CONFIG_PROTECT variable.
</p>

<p>
Running <c>etc-update</c> is pretty straight-forward:
</p>

<pre caption="Running etc-update">
# <i>etc-update</i>
</pre>

<p>
After merging the straightforward changes, you will be prompted with a list of
protected files that have an update waiting. At the bottom you are greeted by
the possible options:
</p>

<pre caption="etc-update options">
Please select a file to edit by entering the corresponding number.
              (-1 to exit) (-3 to auto merge all remaining files)
                           (-5 to auto-merge AND not use 'mv -i'):
</pre>

<p>
If you enter <c>-1</c>, <c>etc-update</c> will exit without performing any
changes. If you enter <c>-3</c> or <c>-5</c>, <e>all</e> listed configuration
files will be overwritten with the newer versions. It is therefore very
important to first select the configuration files that should not be
automatically updated. This is simply a matter of entering the number listed to
the left of that configuration file.
</p>

<p>
As an example, we select the configuration file <path>/etc/pear.conf</path>:
</p>

<pre caption="Updating a specific configuration file">
Beginning of differences between /etc/pear.conf and /etc/._cfg0000_pear.conf
<comment>[...]</comment>
End of differences between /etc/pear.conf and /etc/._cfg0000_pear.conf
1) Replace original with update
2) Delete update, keeping original as is
3) Interactively merge original with update
4) Show differences again
</pre>

<p>
You can now see the differences between the two files. If you believe that the
updated configuration file can be used without problems, enter <c>1</c>. If you
believe that the updated configuration file isn't necessary, or doesn't provide
any new or useful information, enter <c>2</c>. If you want to interactively
update your current configuration file, enter <c>3</c>.
</p>

<p>
There is no point in further elaborating the interactive merging here. For
completeness sake, we will list the possible commands you can use while you are
interactively merging the two files. You are greeted with two lines (the
original one, and the proposed new one) and a prompt at which you can enter one
of the following commands: 
</p>

<pre caption="Commands available for the interactive merging">
ed:     Edit then use both versions, each decorated with a header.
eb:     Edit then use both versions.
el:     Edit then use the left version.
er:     Edit then use the right version.
e:      Edit a new version.
l:      Use the left version.
r:      Use the right version.
s:      Silently include common lines.
v:      Verbosely include common lines.
q:      Quit.
</pre>

<p>
When you have finished updating the important configuration files, you can now
automatically update all the other configuration files. <c>etc-update</c> will
exit if it doesn't find any more updateable configuration files.
</p>

</body>
</section>
<section>
<title>dispatch-conf</title>
<body>

<p>
Using <c>dispatch-conf</c> you are able to merge updates to your configuration
files while keeping track of all changes. <c>dispatch-conf</c> stores the
differences between the configuration files as patches or by using the RCS
revision system.
</p>

<p>
Like <c>etc-update</c>, you can ask to keep the configuration file as-is, use
the new configuration file, edit the current one or merge the changes
interactively. However, <c>dispatch-conf</c> also has some nice additional
features:
</p>

<ul>
  <li>
    Automatically merge configuration file updates that only contain updates to
    comments
  </li>
  <li>
    Automatically merge configuration files which only differ in the amount of
    whitespace
  </li>
</ul>

<p>
Make certain you edit <path>/etc/dispatch-conf.conf</path> first and create the
directory referenced by the archive-dir variable.
</p>

<p>
For more information, check out the <c>dispatch-conf</c> man page:
</p>

<pre caption="Reading the dispatch-conf man page">
$ <i>man dispatch-conf</i>
</pre>

</body>
</section>
<section>
<title>quickpkg</title>
<body>

<p>
With <c>quickpkg</c> you can create archives of the packages that are already
merged on your system. These archives can be used as prebuilt packages. Running
<c>quickpkg</c> is straightforward: just add the names of the packages you want
to archive.
</p>

<p>
For instance, to archive <c>curl</c>, <c>arts</c> and <c>procps</c>:
</p>

<pre caption="Example quickpkg usage">
# <i>quickpkg curl arts procps</i>
</pre>

<p>
The prebuilt packages will be stored in <path>/usr/portage/packages/All</path>.
Symbolic links pointing to these packages are placed in
<path>/usr/portage/packages/&lt;category&gt;</path>.
</p>

</body>
</section>
</sections>

--------------090009080202030608060908--
--
[email protected] mailing list